Facadeclick

+32 (0)470 36 48 40
info@facadeclick.be
+31 (0)6 22 85 17 45
info@facadeclick.nl

De standaard

Een verplaatsbaar huis.

Er is te weinig ruimte in onze steden en de huizen zijn te duur. Tegelijk ligt veel grond tijdelijk braak. De afgelopen maanden probeerde Labland daarom een demonteerbare en moduleerbare woning te bouwen.

Klikbakstenen

Steven Vromman, die we vooral kennen als Low Impact Man, is een van de oprichters van Labland, een organisatie die projecten opstart rond anders bouwen en wonen. ‘We onderzoeken hoe we compact maar toch comfortabel kunnen wonen, op een ecologische en betaalbare manier. Want de ruimte raakt stilaan op en de milieuregels zijn erg streng.

Een eerste experiment van Labland wordt morgen voorgesteld op Dok in Gent: een concept voor een demonteerbare woning in recuperatiemateriaal. Steven Vromman: Waarom demonteerbaar? Omdat veel stedelijke gronden wel een bestemming hebben maar nog niet in gebruik zijn. Wij zien veel heil in vormen van tijdelijke huisvesting. Waarom niet een huis bouwen dat je na een vijftal jaar uit elkaar haalt en op een andere plek laat herrijzen? Een demonteerbaar huis moet natuurlijk ook moduleerbaar zijn: je moet het wat smaller of breder, hoger of lager kunnen maken naargelang het perceel waar het op komt te staan.

Die vereisten waren een bijzondere uitdaging en dwongen het team om onconventionele oplossingen te zoeken. Zo moesten we ver weg blijven van lijmen, cement of kitproducten, omdat die ervoor zorgen dat je onderdelen net niet meer uit elkaar kan halen. Zo kwamen we bijvoorbeeld te weten dat er zoiets bestaat als FACADECLICK: gevelbakstenen die je aan elkaar vastklikt en weer los kan maken, en waar geen mortel aan te pas komt.

Geen tiny house.

We schatten dat het met nieuw materiaal ongeveer 25.000 euro zou kosten om dit huis te bouwen. Wind- en waterdicht en inclusief de ramen, maar zonder de technieken en de manuren.

Labland ging in de zomermaanden aan de slag. Architect Robbe Van Poucke tekende concepten uit, houtbewerker en illustrator Marijn Dionys werkte ideeën uit met de hulp van een rist vrijwilligers.